Zelfportret Dook Everse

Geboren in 1910 in de Vletstraat in Rotterdam-Noord groeide Dook op als jongste (zoon) in een gezin van 13 kinderen in de omgeving van de Bloklandstraat. Zijn vader had een heibedrijf, waarin zijn broers meewerkten, maar opa had thuis als benjamin een beschermde en vrijbuiterstatus bij zijn moeder en oudste zussen Machteld Heuvelmans (vrouw van kleermaker Wim, bijgenaamd ‘de Stale’) en Elisabeth Moulijn (jawel: de moeder van rasvoetballer Coen Moulijn). In de hectiek van zware fysieke arbeid was er voor “Dokie” ruimte aan de keukentafel om samen met broer Wim te tekenen en buiten te spelen… Toch begon ook hij als heier bij zijn vader in het familiebedrijf aan het Zwaanshals, van waaruit de heipalen met paarden uit de Rotte per mallejan naar het centrum werden gesleept.

Echter op zijn 20e jaar verliet hij abrupt de zekerheid van de bouw: Opa ging, met volledige steun van zijn vrouw Engelina (Lien) Viehmann en ondanks de geboorte van dochter Cornelia naar de Academie voor Beeldende Kunst in Rotterdam! Een sturende rol was hier weggelegd voor zijn vriend Henk Chabot (Chabot museum). Een hele stap, maar eigenwijs als hij was, zette Dook door!

Met zijn kunstenaarsvrienden richtte opa ‘De Schuurgroep’ op: een collectief van exposerende kunstenaars in ‘De Schuur’ op het Boterdorps Verlaat nabij de Bergsche Plassen, waar ze voor een gezellige hap en snap met elkaar tekeningen voor ƒ 10,= verkochten aan voorbijgangers.

Het bracht hem veel succes en na de Tweede Wereldoorlog genoot Dook Everse steeds meer naam en faam als humoristisch en vooral begenadigd tekenleraar voor amateurtekenaars- en schilders. Hij verhuisde om professionele redenen over de Maasbruggen naar de Oranjeboomstraat. Hier startte hij op de bovenverdieping van een leegstaand schoolgebouw zijn eigen atelier en runde hij samen met Lien (voor de koffie en gezelligheid) met kennis en vakmanschap meer dan 30 jaar de Teken- en Schilderclub Tediro.

Naakt, ‘Luchten’ en Stillevens leerden zijn leerlingen (waaronder Piet de Raay, Elly Otten en Huib Leentfaar) minutieus in vorm en kleur weergeven op het schildersdoek.

Zelf putte Dook Everse tekeninspiratie uit de Rotterdamse straten, bruggetjes en havens rondom Rotterdam. Zijn “Luchten” in aquarel zijn weergaloos en ook de nieuwe (drooggelegde) Prins Alexander Polder bood hem een ruime bron van inspiratie, waarin een ongekende kleurenpracht te bewonderen viel. Pernis en de Botlek werden steevast weergegeven in Gouaches. Meest opvallend zijn echter de telkens weer terugkerende grote handen en dito voeten in zijn werken: zijn ‘meesterwerken’ in olieverf getuigen van ironische Bijbelse verstilling gevangen in Hollandse arbeidzaamheid en Rotterdamse nuchterheid: ‘hard werken en met beide poten op de grond blijven staan’ was zijn motto immers!

De beeldhouwers op de begane grond, zetten opa aan tot beeldende kunst, mozaïek en zeefdrukken: Dook’s oeuvre groeide gestaag en exposities, grote opdrachten in glas en sculptures (o.a. Stadsarchief, Museum Boymans van Beuningen, E55 en V&D) vielen hem als bescheiden kunstenaar ten deel.

Zelf was het gezin Everse ondertussen verhuisd vanuit de Meidoornstraat naar de Goudsesingel en werden de kleindochters van Eck verwelkomd. Hier bleven opa en oma in goede gezondheid hun verdere leven wonen, maar werden zij helaas, totaal onverwachts geconfronteerd met het grote en tragische verlies van dochter Corrie van Eck. Het betekende een sombere, donkere periode in de creatieve uitingen van Dook en na het overlijden van echtgenote Lien in 1993 versoberde uiteindelijk zijn creatieve talent… doch absoluut niet zijn humor en levenslust! Tot ver na zijn 90e jaar bleef opa zelfstandig en met nieuw geluk wonen en leven op de Goudsesingel. Een ongelukkige val en afnemende alertheid leidden uiteindelijk het naderend afscheid richting Zorgcentrum ‘Rubroek’ in.

Hier, in de achtertuin van zijn geliefde Crooswijk, hingen wederom zijn zelf zorgvuldig uitgekozen meesterwerken aan de muren van het zorgappartement. En ook daar genoot opa met zijn vrienden zijn laatste 4 uur-borrels. Een niet geconstateerd gebroken bekken werd Dook in juni 2005 noodlottig…

Bidstoeltjes
Emmausgangers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tentoonstellingen met werk van Dook Everse:

1950Galerie Unger - en van MensRotterdam
1952Academie van Beeldende KunstenAmersfoort
1955Cultureel CentrumSchiedam
1962Royal Academie of ArtsLonden
Der Internationale TrauenklubKoblenz
1968Galerie Do JeanDen Haag
1975Galerie VijftienRhoon
1983Tentoonstelling Galerie Betty Kousbroek
1988Tentoonstelling Rheuma Verpleeghuis Galerie R.
1989Boymans van Beuningen "Dance Macabre"
1991Tentoonstelling CBK Artotheek Rijnmon